|
|
| ||||||
|
Het orgel
|
Het huidige orgel |
|
Een stukje geschiedenis Tot onder abt Bonaventura (†1880) was er geen orgel in de kloosterkerk. Zoals het in de 16e eeuw ook het geval geweest was bij de eerste Hervormden in Nederland, liet de puritaanse geest van de trappistenorde in de 19e eeuw het gebruik van een orgel niet toe. Van Well schrijft evenwel over abt Bonaventura :
Dat "strijdig met het cisterciënser gebruik" is zeer relatief, want reeds in 1480 werd in de cisterciënzerabdij te Heilsbronn, bij Nürnberg, onder abt Konrad Haunolt het orgel omgebouwd en vergroot. In 1895 koopt abt Malachias, door tussenkomst van de heer Rueff, orgelmaker te Sint-Truiden, een orgel aan dat diende in de kerk van de paters Franciskanen te Rekem. Het werd geplaatst onder de rondboog van de linkerzijbeuk en liet op Paaszaterdag voor het eerst bij het "Alleluja" zijn volle akkoorden horen. Dat orgel wordt in 1900 voor 500 fr. (elders voor 900 fr.) verkocht aan de E. H. Spaas, pastoor te Loozen. Op 6 oktober 1900 had daar de Kerkwijding plaats. Intussen vervaardigt orgelbouwer Rueff van Sint-Truiden voor 6000 fr. een nieuw orgel, dat geplaatst wordt in de muur boven het koorgestoelte van de priorskant. De speeltafel werd in het benedenkoor aangebracht, eveneens aan dezelfde kant. Het orgel werd plechtig ingewijd door Dom Malachias op 5 juli 1900. Waren tegenwoordig, Pastoor Vossen, Meester Sak en Hoofdonderwijzer van Voorden. Het ging om een mechanisch orgel, dat 580 pijpen telde. In 1902 kwamen er nog 44 pijpen bij en in 1904 weer 78. Totaal dus 702. Dat gaf de volgende samenstelling :
|