|
|
| ||||||
|
Het orgel
|
Het huidige orgel |
|
Het orgel van 1935 In october-november 1935 verbouwt Marcel Beckers, van Sint-Truiden de kegelladen en rust ze uit met een membraansysteem. Hij zorgt ook voor een roerfluit 4 op het tweede klavier, en vervolledigt de bourdon 16 met de 12 grootste pijpen. Het orgel kwam zo op 866 pijpen. Het pneumatisch systeem bleek erg onbetrouwbaar te zijn en vroeg voortdurend herstellingen. Toen het dooiwater door de zoldering in het orgel liep, werd het in het voorjaar 1940 totaal onbruikbaar. Er moest dringend iets gebeuren. Intussen was er heel wat verandering gekomen op gebied van orgelbouw. Een elektrische bediening liet toe de speeltafel ver van de pijpen te plaatsen, de combinatiemogelijkheden te vermenigvuldigen en de pijpen een vrije opstelling te geven. Dat werd de nieuwe trend op technisch gebied. Ook op muzikaal gebied was er een grote wending gekomen. Men zocht terug te keren naar het barokke en klassieke concept. De "Orgelbewegung" in Duitsland begonnen, had een grote voorstander in Dom Kreps van de abdij Keizersberg. Er werd kontact opgenomen met hem. Het symfonisch orgel met zijn vele 8-voeten, zijn gamben en zijn zwelkast, zoals dat van de Kluis, kon niet meer door de beugel. De orgelbouwers Verschuren uit Heythuizen werden akkoord gevonden het terug te nemen in plaats van een totaal nieuwe voor de som van 4.650 fl. Dom Kreps, van de Abdij Keizersberg, stelde de dispositie van het nieuwe orgel samen :
Alles samen 1360 pijpen. Koppelingen : ll + l, I / P, Il / P, onderoctaaf I, onderoctaaf II, 4 vaste combinaties. |
|
tekst tekst tekst |