Leven in gemeenschap

CisterciŽnzermonniken zijn geen kluizenaars. Ze leven in gemeenschap, die voor hen een ‘leerschool in broederlijke liefde’ is. Ze gaan prat op het eeuwenoude democratische karakter van hun samenlevingsmodel: de abt wordt verkozen door de leden van de gemeenschap. Hij is de voorganger en degene die de beslissingen neemt, maar nooit zonder aandachtig en liefdevol naar zijn medebroeders geluisterd te hebben.

Je wordt lid van de gemeenschap nadat je een proefperiode van vijf jaar als postulant en novice hebt doorlopen. Die mondt uit in een plechtige professie, waarmee de monnik zich definitief hecht aan een gemeenschap. Hij legt daarbij vier geloften af:

-

gelofte van armoede: leven in eenvoud en soberheid, zonder persoonlijke bezittingen: alles behoort toe aan de gemeenschap;

-

gelofte van gehoorzaamheid: open staan voor dialoog en overleg met de medebroeders en met de abt, maar zich ook kunnen neerleggen bij beslissingen die niet stroken met de eigen mening;

-

gelofte van monastieke levenswandel: een celibatair, nederig, vroom en stilzwijgend leven leiden, zoals Benedictus het heeft voorgeschreven, met attentievolle genegenheid en respect voor de anderen;

-

gelofte van stabiliteit: trouw aan de plek waar men is ingetreden en aan de gemeenschap waarmee men zich heeft verbonden.

naar het begin van de pagina

bijgewerkt op 19 juli 2012