De geschiedenis van de Achelse Kluis

Een lange religieuze traditie

Het gebied rond de Achelse Kluis kent een lange religieuze traditie. Al in 1656 werd in de omgeving, op een perceel heidegrond tussen Zwartven en Kerkeven, een grenskapel gebouwd. Het was de natijd van de godsdienstoorlogen. Katholieken uit het naburige protestantse Nederland konden er hun erediensten houden.

In 1686 stichtte Petrus van Eijnatten uit Eindhoven hier een gemeenschap van kluizenaars. Sinds die tijd is de ‘Achelse Kluis’ een centrum van gebed, beschouwing en christelijke cultuur.

 

Stichting abdij

Na een onderbreking als gevolg van de Franse Revolutie, namen de trappistenmonniken van Westmalle de religieuze draad weer op en stichtten in 1846 op deze plek de Sint-Benedictusabdij.
De monniken leefden in de geest van de cisterciŽnzerorde, volgens de regel van Benedictus.
De nieuwe gemeenschap groeide gestaag en stichtte op haar beurt dochterhuizen in Echt en Diepenveen (Nederland), in Rochefort (BelgiŽ) en in Kasanza (Democratische Republiek Congo).


Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog werd gestart met de bouw van een nieuwe abdij. Slechts twee van de vier geplande vleugels werden gerealiseerd. De gemeenschap telde toen om en bij de honderd monniken.
Ze speelden jarenlang een voortrekkersrol op het gebied van landbouw en veeteelt en oefenden allerlei ambachtelijke activiteiten uit.

In 1989 werd het grootste deel van de landbouwgronden als natuur- en recreatiegebied verkocht aan het Nederlandse Staatsbosbeheer en het Vlaamse Gewest.
De kleine monnikengemeenschap die vandaag is overgebleven, is nu voor haar inkomsten voornamelijk aangewezen op handelsactiviteiten, waaronder de verkoop van zelf gebrouwen Achels trappistenbier.

Sinds 2004 is de site van de ‘Achelse Kluis’ door de Vlaamse overheid erkend als open monument.


De Achelse Kluis is aangesloten bij het FORUM voor Erfgoedverenigingen.

 

naar het begin van de pagina

bijgewerkt op 19 juli 2012