Brouwerij - inleiding
Product Info
Trappistenbier

In de herberg ...
Achel beer tour

e-mail naar:

-  
-  

Trappistenbier   (door L. Van de Sijpe, lic. hist.)

Waarom bier?

De Trappistenorde liet vanaf haar ontstaan als Cisterciënzers van de Strenge Observantie niet toe dat men zich te veel luxe permitteerde in eten en drank. De klassieke drank bij de Trappisten was cider. In de Belgische kloosters was cider minder gegeerd en werd er eigen bier gebrouwen volgens de lokale traditie. Sedert de Middeleeuwen werd in haast elk dorp in Vlaanderen een brouwerij ingericht dat de bevolking voorzag van een hygiënisch betrouwbare drank. Immers bier wordt verkregen door een kookproces van hoofdzakelijk water! Toen de kleine Trappistengemeenschap van Meersel-Dreef zich in 1846 in Achel vestigde, vond ze er kloostergebouwen zonder een brouwerij. Daarom werd het eerste bier betrokken van de lokale brouwers. Leveranciers waren A. Koeckhofs van Achel, F.H. Spaas, J. Simons en de weduwe Ballings van Hamont.

Een eigen brouwerij

Door de aangroei van het klooster en door de overweging om als klooster zoveel mogelijk onafhankelijk van de buitenwereld te zijn, werd reeds in 1850 besloten om een eigen brouwerij op te richten. Het Achels klooster verkreeg op 12 juli 1850, bij Koninklijk Besluit, de toestemming om een brouwerij in te richten en uit te baten. Op 1 juni 1850 was de eerste steen reeds gelegd. Bij die gelegenheid werd het werkvolk getrakteerd. Kosten: fl. 4,50 . Uit de bewaard gebleven kloosterrekeningen kan worden afgeleid dat de Achelse kuiper Koeckhofs en een zekere Kloosterman de brouwketels hebben geïnstalleerd: op 7 december 1850 kreeg Koeckhofs een vergoeding van fl. 33,22 voor arbeid aan 't vaatwerk der brouwerij en op 11 januari 1851 nog eens fl. 6.50 voor "eene kuip voor de brouwketel". Andere uitgaven worden ook aangehaald: levering van koper door P. Van Best, levering van de bierboom door R. Van Driel uit Stratum (kostprijs: fl. 12.50). De brouwerij werd waarschijnlijk pas in 1852 volledig operationeel. Samen met de brouwerij werd ook de mouterij geïnstalleerd. De nodige hop werd van elders betrokken. Vanaf de start van de brouwerij kocht men de, om de kwaliteit bekende Luikse hop bij de firma Carpay te Oupeye. Zo kocht men bijvoorbeeld in 1851 200 kilo hoop voor fl. 133,30; in 1864 een baal hop voor fl. 145,-; in 1856 343 pond voor fl. 113,45. Hoeveel de brouwerij van de Achelse Kluis produceerde konden we niet achterhalen. In elk geval was de productie  beperkt tot de eigen consumptie. Zelden werd bier geleverd aan buitenstaanders. Zo noteerden we de levering van 2,5 ton bier aan A. Koeckhofs in 1852 tegen een vergoeding van fl. 20,15 of de levering in 1879 van bier aan de pastoor van Achel die 25 frank (» fl. 11,75) moest betalen.

Ligging

De oude brouwerij van 1850 werd ten westen van de eremietenkapel gebouwd en bevond zich op de plaats waar nu het bidprentjes-archief van wijlen pater Dominicus de Jong gelegen is. De brouwerij was, volgens de memoires van E. Van Well, door een ondergrondse waterleiding met de Tongelreep verbonden, zodat de waterbevoorrading geen problemen stelde. De kwaliteit van het Achels bier was, volgens dezelfde zegsman, zeer goed. Het had een hoog alcoholgehalte (ca12°) en werd "bier van 't patersvaatje" genoemd. Natuurlijk schreef E. Van Well dat het Achels bier "om deszelfd goede hoedanigheid eenige vermaardheid verworven had en in smakelijkheid en krachtigheid voor geene belgisch bier hoeft onder te doen". Wie de eerste brouwer was, konden we evenmin uit de archieven achterhalen. Wel duikt de naam van Ceusters op, die vanaf de aanvang zeer regelmatig de bier-accijns voor de Achelse Kluis voldoet. Misschien was hij wel de eerste brouwer. In 1872 werd G. Wouters uit Vessem als brouwer van de Achelse Kluis opgeleid en tot 1912 werkte Gerard Slegers als brouwer. De productie van bier is enigszins te volgen via de accijnsbetalingen. Wij stelden vast dat over het algemeen 1 brouwsel per maand werd aangegeven bij het accijnsbureau in Neerpelt. De bieraccijns bedroeg op dat moment fl. 19,14 (44,41 frank) per brouwsel.

Een abrupt einde

De brouwerij verdween zeer onverwacht door de oorlogsomstandigheden van 1914-1918. Toen in 1914 de Duitse bezetter, door toedoen van de militaire acties van generaal De Schepper, de Achelse Kluis onder vuur nam, werden de monniken verplicht om het klooster te verlaten. Zij kwamen, ondanks enkele bemiddelingspogingen, niet meer terug naar Achel en vestigden zich uiteindelijk in barakken vlakbij de Achelse Kluis in het vrije Nederland. Het klooster zelf werd door een kleine Duitse bezettingsmacht gecontroleerd. De brouwerij viel bijgevolg stil. Door het fameuze opvorderings-besluit van koper en tin, op 30 december 1916 uitgevaardigd, werd de koperen brouwinstallatie van de Achelse Kluis aangeslagen. Op 7 juni 1917 werd ze schriftelijk opgeëist en schatte men het gewicht op 505 kg. Op 9 augustus 1917 werd de installatie effectief afgebroken en werd het koper in één kist en 20 stukken vervoerd naar Vivegnis, bij Luik. De bewaard gebleven vrachtbrief duidt als gewicht 725 kg aan, terwijl de latere offiële rapporten steeds 707,5 kg aanhouden.

Geen herstel van de brouwerij

Na de oorlog diende de Achelse Kluis een uit gebreid schadedossier in bij het oorlogsministerie te Brussel. Het was de bedoeling om het klooster te vernieuwen en ook de brouwerij her op te richten. Toch liep de hele zaak verkeerd af. Het klooster stond op naam van twee Trappisten van Nederlandse nationaliteit en daardoor beschouwde de Belgische staat de aanvraag tot vergoeding voor oorlogsschade als ongegrond. De zaak sleepte aan tot 1925. Door dit uitstel werd de heropbouw van het klooster op de lange baan geschoven en ontbrak het zeker aan middelen om de brouwerij te herstellen. 80 jaar zou het duren….. De inrichting is de realisatie van een lang verwachte droom: een eigen brouwerij en een eigen authentiek trappistenbier.

naar het begin van de pagina